+ Aartspriester Dimitru Staniloae[1]

Inleiding tot de Filokalia
Deze verzameling is in de eerste plaats bedoeld voor onze monniken. Maar men kan in de Orthodoxe Kerk geen duidelijke scheidingslijn trekken tussen het leven van de monnik en het leven van de christen in het algemeen. Beiden zijn geroepen om steeds op te stijgen tot de hoge toppen van de volmaaktheid, beiden moeten zij strijden om zich te zuiveren van de driften en om de deugden te verwerven waarvan de liefde de bekroning is (…).

kent vrij goed de dogma’s van ons geloof en men zegt veel interessante algemeenheden over de Orthodoxie. Doch men weet niet genoeg hoe men dat alles methodisch moet omzetten in concrete waarden, in krachten die op hun beurt in staat zijn om ons te veranderen. Men kan immers zowel in het spiritueel domein als in het fysisch domein niets aanvangen met algemene formules (…). Het volstaat niet de mens er toe aan te zetten door middel van schone woorden naar de wil van God te leven; men moet hem leiden en hem bij iedere stap die hij zet, tonen wat hij moet doen om aan de reuzen van de zonde te ontsnappen, die verschillende hindernissen opstellen, hoe hij kan vooruitgang maken in het deugdzaam leven dat de weg opent naar het Licht van de kennis van God. Het elan van het geloof is vanzelfsprekend essentieel voor de christelijke ziel op zoek naar de volmaaktheid. Doch even noodzakelijk is de kennis van de wetten van de geest en van de volstrikken die op de weg liggen en die het elan geleidelijk verzwakken (…). Daarom stellen de geschriften van de Filokalia de waakzaamheid van de geest zozeer op prijs. Men kan zijn driften slechts waarlijk overwinnen (…) nadat men de gewoonte aangeleerd heeft elke gedachte aandachtig te onderzoeken, ten einde ze spontaan te verjagen indien ze slechts is, of ze te zuiveren en te bekleden met de gedachtenis van God (…). Wanneer de ontwikkeling van het inwendig leven in zijn integraliteit aldus zuiver, lumineus, doordrongen van de goddelijke anamnese zal zijn in de liefde van de evennaaste en terzelfdertijd zal het hem ingegeven worden steeds meer de mysteries van het geestelijk leven te kennen en van het centrum van het goddelijk licht en van de goddelijke vreugde te bereiken (…). De Kerkvaders zijn de ongeëvenaarde meesters van deze wetenschap van de geest die, na God, voor hen de dierbaarste zaak is die zij in hun geschriften aanbieden (…). Steeds herhalen zij ons dat de ziel “wetenschappelijk”  moet geleid worden en dat de hoogste “kennis”  deze van de leiding van zijn geest is. Het is slechts na trap voor trap gestegen te zijn volgens de regels van de kennis tot de liefde, dat de mens voor zichzelf en voor de anderen de spirituele schoonheid van God uitstraalt alsmede Zijn onuitsprekelijke aanwezigheid.

 Woord – Gebed – Dienst
(…) Indien de Orthodoxie nood heeft aan een zekere adaptatie aan de behoeften van de mens van vandaag, dan kon dit nooit bestaan in het totaal prijsgeven van de symbolisch expressie, maar alleen in een vereenvoudiging van deze expressie, opdat men onmiddellijk de hoofdaspecten van het christelijk mysterie zou ontdekken, die overeenstemmen met de grote, eenvoudige en permanente verzuchtingen van de mens d.w.z. God naar ons gekomen als mens, de verrijzenis door het kruis, de glorie van de nederigheid, de kracht door de ascese en het geduld, de vrijheid door de genade, de valorisatie van dit leven door het geloof in het leven in het hiernamaals, de realisatie van de persoon door de communio, de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid door het offer van zichzelf, enz.

De ervaring van de Heilige Geest
Het integraal mysterie van de verlossing in dit perspectief beleven valt samen met de ervaring van de Heilige Geest. (…) Hij openbaart ons de goddelijke realiteit niet als een intellectuele theorie, maar als een mysterieus leven (…) in de plaats van ons psychisch leven stelt hij het leven van de geofferde en verrezen Christus, door ons leven met dat van Christus te verenigen. Daarom juist is de Geest leven. Hij is levendmakend omdat hij ons van de speculaties over God en over het heil, die van buiten uit gebeuren, doet overgaan naar de ervaring zelf van het goddelijk mysterie in zijn zaligmakende actie.

De Orthodoxie, als ervaring in de Geest van het integraal heils­mysterie, is steeds actueel, omdat deze ervaring beantwoordt aan een permanente en fundamentele menselijke behoefte. En dit in tegenstelling met elke intellectuele theorie die, van natuur beperkt en unilateraal is, zonder leven, en dus op ieder ogenblik voorbijgestreefd door de Geest op de weg van de intellectuele vooruitgang; (…) in die betekenis zingt de Orthodoxie: “elke ziel leeft door de Heilige Geest”; “het is door de Heilige Geest dat het leven begint”; (…) waar Hij komt, “ontkiemt het leven, het leven hernieuwt zich…”.

Het Sacrament, existentiële dialoog tussen mens en God
(…) God werkt op de gelovigen in door de eredienst, door de sacramenten, en de gelovigen voelen het aan en zeggen aan God wat zij aanvoelen. De Orthodoxe sacramentele eredienst is een substantiële, ontologische dialoog tussen God en de gelovigen en daarom is het een verbale dialoog.
Het woord is immers niet afgescheiden van het sacrament, noch het sacrament van het woord. Het woord van lofzang en dankzegging, dat aanroeping van de Geest en de Heilige Gaven wordt, bekomt de genade: aldus realiseert zich het sacrament. Het sacrament is dus de uitdrukking van de existentiële dialoog tussen de mens en God. God werkt op ons in terwijl wij bidden, terwijl wij Zijn grote, heilbrengende daden in herinnering brengen en Hem daarom loven. Aldus op ons inwerkende, opent God ons de ogen der ziel opdat wij de intuïtie van zijn werken zouden hebben, opdat wij het zouden aanvoelen. (…) Zo is de sacramentele eredienst een bron van kennis, (…) de hoofdvorm die de levende traditie van de Kerk aanneemt. De woorden van de eredienst zijn een gids naar de ervaring van hun eigen inhoud en de uitdrukking van deze ervaring.
Het denken van God is een eredienst en de eredienst is een denken en een gids in het denken (…). In de eredienst verwezenlijkt zich de ontmoeting met God voortdurend, zoals men de ervaring van de diepte opdoet in de golven van een grote stroom. In de eredienst spreken wij tot God al zingen, omdat de zang de warmte uitdrukt van de ervaring die het woord overschrijdt. In de zang wordt ons wezen gevoelig aan de ervaring van het Mysterie. (…) De zang bevrijdt de woorden van hun intellectuele betekenis, die beperkt is, door hen een adequatie te geven met het onzegbare leven van het beleefd mysterie.

De wereld is een gave Gods
De eredienst is niet alleen het woord dat de mens tot God richt en betreffende God, maar ook het woord van de mens over zijn eigen noden en de noden van zijn gelijken, de noden van de gehele wereld.
In de sacramentele structuur van de Kerk wordt een bewuste uitdrukking gegeven aan de sacramentele structuur van de kosmos die erin wordt ontdekt. De wereld heeft slechts zin indien zij erkend wordt als gave Gods aan de mensen. Het heelal is de wijngaard die God aan de mensen geeft om te bewerken (…). Alles is gave Gods aan de mensen, alles is teken van zijn liefde. Alle dingen delen de stroom van de goddelijke liefde mee (…). Derhalve is alles sacrament, zoals elk geschenk één onzer gelijke teken en drager is van zijn liefde voor ons. Daar de mens slechts kan geven wat hij voor zijn noden ontvangt, is zijn gave offer en offert hij het als dankbaarheid aan God. De gave van de mens aan God is offer en Eucharistie. Elk mens is een priester die zijn Eucharistie aan God aanbiedt. In Christus concentreren zich de grootste gaven van God aan de mens en de zuiverste Eucharistie van de mens aan God. Christus is de opperste offeraar, de opperste priester. In zijn Licht verstaan wij het heelal als gave en bekomen wij de bekwaamheid om het aan God als zuivere Eucharistie op te dragen.

Maar wanneer wij het heelal offeren (…) drukken wij de stempel van ons werk op, van onze kunst, van ons begrijpen (…) van de onze overschrijding naar God toe. Naarmate wij de complexiteit en de waarde van de goddelijke gaven begrijpen en zijn mogelijkheden ontwikkelen vermenigvuldigen wij daardoor de talenten die wij gekregen hebben, wij loven God nog meer (…) aldus bewijzen wij dat wij actieve partners zijn in de liefdesdialoog die ons met Hem verbindt. De vruchten die wij aan God offeren vormen een synthese tussen de gaven van God, ons begrijpen en ons werk (…). Wanneer wij ze aan God offeren geeft Hij ze ons terug geladen met een nieuwe zegen, een nieuwe liefdesvloed. Het goddelijke sacrament wordt gevolgd door onze Eucharistie en deze wordt opnieuw gevolgd door het goddelijk sacrament. Deze liefdesomloop groeit voortdurend aan. Door onszelf te transformeren en door de wereld te spiritualiseren en te humaniseren.

Gave om te delen

(…) De wereld wordt niet alleen gegeven door de manifestatie van de liefde tussen God en de mensen, maar ook voor de manifestatie van de liefde tussen de mensen onderling. (…) Elke vrucht die de mens aan God offert in de Kerk, na de zegen van God ontvangen te hebben, wordt niet alleen verbruikt door diegenen die ze gegeven heeft maar gedeeld met de anderen; zo ook wordt iedere gift die een gelovige doet aan een arme beschouwd als aan God gedaan, volgens het woord van de Heiland (Nat. 25, 34-41). Dit is een verschijnsel dat zou moeten geamplifieerd worden tot een volledige veralgemening. Het feit dat de wereld ervaren wordt als gave Gods impliceert voor de mens de plicht om steeds van de wereld een gave aan de andere te maken. De materiële en spirituele goederen zijn dan geen muren van afscheiding en geen reden van haat, van strijd en hoogmoed meer, zij worden de brug van de liefde, van de communio, van de katholiciteit (…). Het is slechts deze visie op de zin van de zaken, radicaal verschillend van de individualistische visie, die het sociaal vraagstuk kan oplossen (…).
Door de wereld als te verdelen gaven te beschouwen, door de eis tot liefde tot de mens, manifesteert  de Orthodoxie dezelfde maximalistische sociale principes die het Evangelie manifesteert wanneer het ons beveelt de evennaaste te beminnen, en zelfs onze vijanden als onszelf (…). In deze principes toont en manifesteert zich op existentiële wijze de oneindige horizon geopend door de christelijke dogmatiek.



[1] Aartspriester Dimitru Staniloae (†) is een grote hedendaagse orthodoxe theoloog.  Hij was professor van dogmatiek aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Bucarest.